In 5 stappen naar een groenere tuin
Van bossen en heide op de Veluwe tot jouw tuin, balkon of erf: de natuur is overal. En elk klein stukje groen helpt. Wist je dat het grootste deel van het stedelijk groen niet in parken ligt, maar in onze tuinen? Door je tuin te vergroenen, help je bijen, vlinders en andere dieren én maak je je tuin prettiger om in te leven.
Met dit eenvoudige stappenplan maak je al snel een verschil.
1. Van tegelwoestijn naar groene oase
Minder tegels = meer leven in je tuin. Haal tegels weg en vervang ze door planten, gras of halfopen paden (zoals schelpen of grind). Zo maak je je tuin koeler in de zomer én aantrekkelijker voor insecten. Geen grote achtertuin? Haal stoeptegels weg aan de voorkant van je woning en maak een geveltuin. Op een balkon doen potten met bijvoorbeeld kruiden het altijd goed.
Tip: Heb je een oud muurtje of schuurtje? Laat deze zoveel mogelijk heel: gaten en kieren zijn perfecte schuilplekken voor bijvoorbeeld bijen en vlinders.
2. Luie tuiniers doen het beter
Je denkt misschien dat het gras altijd mooi kort moet zijn. Maar juist als je gras minder vaak maait, of maar een deel van je gazon maait, geef je bloemen de ruimte om te groeien. Bloemen zijn belangrijk voedsel voor bestuivers, zoals bijen. En het mooie is: je hoeft ze niet eens zelf te zaaien! Ook in de winter mag je lui zijn: laat gras, kruiden of dode stengels staan, zodat egels en insecten er kunnen overwinteren.
3. Kies planten die hier thuishoren
Insecten kunnen niet zonder inheemse planten. Dat zijn planten, struiken en bomen die hier van nature voorkomen. Veel bijen en vlinders zijn afhankelijk van deze specifieke plantensoorten. Hoe meer verschillende soorten je plant, hoe meer bijen je voedsel geeft!
Tip: Gebruik één of meer van deze inheemse planten: kruipend zenegroen, bosanemoon, slangenkruid, wilde marjolein, meidoorn, kardinaalsmuts of linde.
4. Zorg voor rommelige hoekjes
Veeg je je tuin regelmatig en ruim je dooie bladeren en takken op? Niet doen! Voor insecten is ‘rommel’ juist fijn. Een hoopje takken, bladeren of snoeiafval, een stukje dood hout of een vergeten hoekje: het zijn ideale schuil-, nest- en overwinterplekken.
5. Werk mét de natuur
Veel middelen zijn schadelijk voor bijen en andere nuttige insecten en blijven lang in de bodem. Gebruik dus geen gif in de tuin en ga zoveel mogelijk voor biologische producten. Zie je bijen laag boven de grond vliegen? Laat ze zoveel mogelijk met rust.
Wist je dat… wilde bijen bijna nooit steken? Ze gebruiken hun angel alleen als ze in gevaar zijn, bijvoorbeeld als ze geplet worden. De helft van de wilde bijen (de mannetjes) heeft niet eens een angel!
Elke tuin helpt. Doe je mee?
Of je nu een grote achtertuin, een kleine voortuin of een balkon hebt, elk stukje groen helpt bijen, insecten en andere dieren een stapje verder. Samen maken we van alle tuinen, balkons en erven groene routes door de wijk. Zo halen we de natuur dichtbij. Bekijk alle tips en inspiratie op Ede Natuurlijk.